Galicië

Het einde van de wereld, of in ieder geval van Spanje, zo noemen veel deze plek. Drie miljoen mensen wonen hier, een gebied zo groot als heel Nederland.

Ik golf over de groene heuvels, laat mijn voeten in de modder zakken, geniet van de rust, kust, bergen, bomen. Vooral veel eucalyptus, iets met economisch rendabel zijn. De komende tijd ben ik hier, ik spreek met oude vrouwtjes een soort Spaans Portugees waar ik zelf weinig van begrijp, maar als je lacht is iedereen aardig. Ik zit met mannen op straat, drink en droom, maak af en toe een kleine fietstocht en deel hier de verhalen en foto’s. Een volk dat leeft van vissen en het land, toch pleegt de industrie snel roof over het land, de zee, en de levens die hier tot recent van een rustig, ruraal bestaan genoten.

De kust gebieden, vooral dichtbij de grote steden (Vigo, Pontevedra, Santiago de Compostela) staan vol goedkope toeristen huizen en zijn er ook best een aantal fabrieken die veel schade aanrichten op lokale gemeenschappen. Veel megastallen verstoppen zich in de bergen, vol kippen meestal. En dan zijn er de honderden meters hoge windmolens die de horizon stippelen zodra je de stad uit fietst, ook hier hebben de multinationals het laatste woord.

Bij de mensen in Galicië heerst een bescheidenheid dat in contrast staat met veel andere plekken in Spanje. Geen trotse woede, maar een liefelijke vanzelfsprekenheid van behulpzaamheid en gunnen. Van de Galiciërs zelf zal je niet vaak of eigenlijk nooit horen dat Galicië de mooiste plek van Spanje is.

Dit zijn de bergen bij Serra de Cantan, dichtbij de stad Pontevedra. Windmolens, zoemende hoogspanningsmasten, en wilde paarden.

Faro de Corrubedo; de vuurtoren aan het einde van het land. Een van de uithoeken van Galicië, dankzij haar ria’s heeft ze er veel. Een visser staat klein onder de geweldige golven die de kust hier genade slaan.